Deel 1: Rena - Smedberget
Gaan jullie Østerdalsleden doen?’ vroegen de paar mensen die het weten kunnen op een toon die een mengeling van verbazing, bewondering en afschuw combineerde.
‘Nou', antwoorde ik dan, 'we gaan eraan beginnen en dan zien we wel of we het halen.'
En ga je er dan een wandelgids bij schrijven?
Ook dat weet ik nog niet. Volgens de statistieken die in Trondheim worden bijgehouden lopen jaarlijks maar 20 tot 30 mensen dit pad. Maar ze tellen alleen de mensen die de moeite nemen om zich bij aankomst te laten registreren. Mensen die dat niet doen, of alleen wildkamperend een deel van de tocht lopen, blijven onder de statistiekenradar. Evenzogoed is er weinig markt voor een gids. En ik moet het ook zo leuk en mooi vinden dat ik het anderen aan zou willen raden.
Haervejen in Denemarken heb ik ook gelopen met het idee er een gids bij te maken, maar ik vond het pad uiteindelijk te saai en de accommodaties te ongezellig of te groezelig om deze route aan te bevelen.
Østerdalsleden is een van de officiële Noorse pelgrimsroutes naar Trondheim. Het pad staat bekend om zijn eenzaamheid, natte moerassen, lange etappes, weinige bevoorradingsmogelijkheden en tekortschietende markering. Maar ook om de prachtige natuur en de intense ervaring.
Die natuurervaring en het feit dat Østerdalsleden, na Gudbrandsdalsleden, St. Olavsleden en Valldalsleden het logische volgende Olavspadproject is, brachten mij tot het punt dit varkentje toch eens te willen wassen. Toen Mieke (met wie ik al veel tochten in Noorwegen heb gemaakt) ook wel zin had in deze ‘uitdaging’, werd het voornemen omgezet in een besluit.

Kijk op deze pagina voor een algemeen overzicht met etappe-indeling en tips.
De research kon beginnen. Naast de officiële info op pilegrimsleden.no, bleek er bedroevend weinig te vinden op internet. Er zijn wat (verouderde) boeken in het Duits en Noors, maar er bestaat geen enkele praktische wandelgids in welke taal dan ook. Blogs en video's van ervaringsdeskundigen zijn schaars en meestal niet van de hele route. Gelukkig staat er op pilegrimsleden.no genoeg info om een planning te maken. Ik opende een nieuw Excel-sheet en ging aan de slag met mogelijke etappes, het vinden van supermarkten en het lokaliseren van overnachtingsmogelijkheden.
Daar kwam een beeld uit naar voren met heel weinig stopcontacten, meerdere keren eten voor 3 dagen in de rugzak, een paar lange etappes wegens gebrek aan accommodatie, maar ook veel relatief goedkope overnachtingen. De 375 km moesten in principe in 21 wandeldagen te slechten zijn, maar gelukkig hadden we een dag of 4 speelruimte. Mieke die in Noorwegen woont en vloeiend Noors spreekt, reserveert de eerste hutten. Ik loop de laatste weken voor vertrek mijn nieuwe wandelschoenen in. Categorie B, met stijve zolen tegen alle oneffenheden en genoeg enkelsteun tegen het zwikken. Ook hoop ik met de nagelnieuwe Goretex-voering mijn voeten nou eens een keer droog te houden.
Al met al kregen we er vertrouwen in. Wel zou het weer een bepalende factor worden. Zou het veel geregend hebben, dan zou er zoveel water op de paden en in het hoogveen liggen dat het wandelen erg zwaar en langzaam zou gaan. En wanneer er zich hittegolfachtige omstandigheden zouden voordoen, zou ik me voelen als een langzaam leeglopende fietsband die je ieder uur weer moet oppompen.

camping Rena
Startplaats Rena
We hebben het echter voorlopig getroffen met het weer. Er is net een hittegolf geweest en er zit voorlopig geen regen in de voorspellingen. We krijgen zonnig met schapenwolken en een graad of 19.
Het is 9 augustus wanneer we in een hut op de camping van Rena de boodschappen voor de eerste dagen verwerken tot rugzakvriendelijke units. Brood, havemout, tubekaas, gedroogde pastamaaltijden, oploskoffie, wat repen en dergelijke. ’s Avonds hebben we een afspraak met Finn, een ontzettend aardige vrijwilliger van Østerdalsleden, die pelgrims verwelkomt in de kerk van Rena. Hij vertelt over de plekken waar middeleeuwse pelgrims de rivier overstaken voordat er bruggen waren en dat Åmot (de naam van deze gemeente), de ontmoeting van twee rivieren betekent. Want dat is wat hier gebeurt met de rivieren Rena en de Glomma. Finn blijkt tevens de hut waar we morgen gaan slapen te bevoorraden met enige etenswaren, en we mogen ook nog een verzoek doen voor maaltijdsoep. Hij moet er toch nog even heen.
Het bos ingestuurd
Rena – Tollefkoia 21 km
Vanaf de camping hoeven we alleen maar een voetgangersbruggetje over de Glomma over om bij het startpunt van de route uit te komen. Een infopaneel met een mijlpaal met 375 km till Nidaros markeren de plek. We zijn gezond gespannen. De 21 km voor dag 1 is best ver en de schouders moeten nog een beetje wennen aan de rugzak.
We worden gelijk het bos ingestuurd. Een prachtig licht bos met rendiermos en bosbessen als een hoogpolig tapijt. We lopen over een eenmanspaadje, zacht van dennennaalden. Het loopt vooralsnog heerlijk, al gaat het terrein op en neer. Af en toe krijgen we mooie doorkijkjes naar de rivier.

Na een km of 8 gaan we op zoek naar de hut Ljørkoia waar we een pauze willen houden. De hut laat zich moeilijk vinden en uiteindelijk zien we 'm pas na onze pauze. Koia zo leren we, is een hut die oorspronkelijk werd gebruikt door de mannen die in het bos werkten, zoals houthakkers, houtskoolbranders en andere zware beroepen. Omdat het werk in afgelegen gebieden lag, verbleef men op de werkplek. Ljørkoia heeft een aarden vloer met een vuurplaats in het midden en wat houten planken om op te zitten.

We trekken verder door de bossen met het kamerbrede tapijt van rendiermos. Na en tijdje komen we aan de oever van het meer Lopsjø, waar een gepensioneerd echtpaar een campertje heeft neergezet. Hij is aan het vissen in een bootje op het meer, zij zit aan de kant te schilderen. Het zijn de eerste mensen die we op het pad hebben gezien. We maken een praatje en krijgen wat water mee, wanneer onze flessen leeg blijken. We lopen een stuk over een sterk hobbelende stuwwal en voelen de vermoeidheid opkomen. Na een km of 18 ploffen we bij een paar huizen in de berm neer. Er komt een vrouw aanlopen.
‘Ik hoorde stemmen', zegt ze, ‘ik dacht, ik ga eens kijken of het wandelaars zijn.’ Een paar minuten later zitten we in haar tuin aan een vruchtensapje. Ze serveert ons ook net geplukte bosbessen met vanillesaus. Ze heet Barbara, is Zwitsers van origine, maar woont al 30 jaar in Noorwegen. Ze werkt als bioloog op de nabije campus voor ecologie en boreale bossen.

Geheel opgepept door deze ontvangst en de anti-oxidanten van de bessen lopen we met frisse energie de laatste 3 km naar de hut Tollefkoia. Die ligt midden in het bos. We komen binnen met een sleutelcode. Het is een beetje klamvochtig bedompt en schemerig binnen. Maar Finn heeft de maaltijdsoep neergezet naast een plastic doos met kleine etenswaren en wanneer we de houtkachel brandend hebben en lampjes op batterijen hebben ontstoken wordt het aangenaam.

Een lange gravelweg
Tollefkoia – Trollhytta 22 km
We kunnen op tijd vertrekken met wederom prachtig weer. In het eerste stuk is het genieten geblazen want we lopen eigenlijk vrij vlak over mooie paadjes door een licht bos. We passeren daarbij de plek pilegrimshaugen (pelgrimsheuvel). Die naam refereert aan de middeleeuwse pelgrims die hier langs trokken op weg naar Nidaros, zoals Trondheim toen nog heette. De heuvel is mogelijk een grafheuvel uit de ijzertijd. Maar na een paar kilometer komen we op een vrij brede gravelweg en daar zullen we vandaag nauwelijks af komen. Door de vrij dichte beplanting aan beide zijden is het tamelijk saai wandelen.

Verlichting wordt geboden in de vorm van de hut Perskoia. Daar gaan we lekker lunchen. We kunnen water koken, een instant soepje maken en op een bankje zitten. Daarna sjokken we verder over de gravelweg. Een kekke hangbrug over het meer brengt ons naar een plek waar in de Tweede Wereldoorlog een krijgsgevangenkamp heeft gestaan. Foto's laten zien hoe de Russische gevangenen tewerk werden gesteld als houthakkers en –zagers.

Terug op de gravelweg treffen we een collega-wandelaar in de berm aan de lunch. Een jonge Duitse vrouw. Annika heet ze en ze is van plan te kamperen bij de hut waar wij gaan overnachten. We zeggen dus 'tot vanavond’ wanneer we weer verder lopen.

We sjokken nog uren de gravelweg af en zijn al behoorlijk afgepeigerd wanneer we eindelijk het bordje naar de hut zien. Dan is het nog 1 km steil omhoog worstelen over een kletsnat pad langs een beekje.
Heel blij om de hut te betreden. Verder is er niemand. We zetten thee, ik onderzoek mijn hielen want ik voel een blaar opkomen. Toch niet zo heel goed ingelopen, die nieuwe schoenen. Morgen maar afplakken.

Annika arriveert tegen half acht. Ze heeft een indrukwekkend grote rugzak, waar behalve een tent en toebehoren ook indrukwekkend veel voedsel inzit. Ze schat het gewicht op 16 kilo. We eten samen onze respectievelijke maaltjes en leren elkaar een beetje kennen. Annika moet in recordtempo naar Nidaros omdat ze niet heel veel dagen heeft. De dag na thuiskomst moet alweer aan het werk op het kantoor van een Christelijke NGO die vooral in Afrika werkt verricht.
Te veel hooi op onze vorkjes
Trollhytta - Lia Gård 25 km
Het stond al op een waarschuwingsbriefje op de muur van de hut geprikt: Voor de meeste mensen is de afstand naar Lia Gård twee dagen wandelen.

Maar we besloten toch dat wij het in een lange dag waarschijnlijk wel zouden kunnen klaren. We vertrokken om 9.00 uur en hadden na 7 km nog een mogelijkheid om te stoppen wanneer het allemaal tegenviel. Nadat we ons verder omhoog over het natte paadje langs de beek hadden geworsteld, kwamen we weer in het moeras- en bosbessenbos. Een smal paadje over langzaam stijgend terrein. Spiegelgladde meertjes, staalblauwe luchten. Het is prachtig. Tegen 12.30 uur zijn we bij de hut Netsjøen, pittoresk gelegen aan een meer. Het gaat dus allemaal nogal langzaam, maar we voelen ons goed en na een heerlijke pauze beginnen we aan het vervolg. Eerst meer veenmoeras en stukken bos, dan gravelwegen en dan weer natte bospaden. Het terrein blijft maar stijgen en de progressie blijft traag. Eigenlijk begrijpen we niet waarom het zo langzaam gaat.

Het loopt al tegen het einde van de middag wanneer we Annika tegenkomen die net voor ons vertrokken was. Ook zij is verbaasd over haar eigen lage gemiddelde snelheid. We halen de 2,5 km per uur niet. We ploegen gedrieën voort over smalle paadjes vol wortels en stenen en natte stukken waar het voelt alsof je in opdrogend cement loopt.

De lucht betrekt en het bos wordt grijs, nat en schemerig. Mijn voeten communiceren blarenpijn. We zijn alle drie bekaf en verlangen alleen nog maar naar de aankomst.

Pas tegen 20.00 uur stommelen we het terrein van Lia Gård op.
Lia Gård zou je kunnen zien als het hoofdkwartier van Østerdalsleden. Er is een pelgrimscentrum, er zijn hutten en er is een internationaal vermaard christelijk retraitecentrum. Daarnaast is er een moderne versie van een traditionele staafkerk gebouwd. Maar bovenal is dit terrein en al haar gebouwen het geesteskind van Ingeborg Bo, wiens familie al generaties op deze plek woont en werkt.
We worden heel vriendelijk ontvangen door een hele groep oudere vrijwilligers, maar helaas is de tijd van avondeten al voorbij. Toch wordt er voor ons een warm bord eten geïmproviseerd met de restjes en een paar gebakken eieren. We schrokken het dankbaar naar binnen.
Mieke en ik betrekken een comfortabele hut. Wanneer ik mijn schoenen uittrek zie ik dat mijn beginnende blaartjes door het trekken van het tape tijdens het harde en natte wandelwerk van vandaag zijn ontspoord tot diverse groteske ontvellingen op beide hielen.
Zo kunnen we morgen niet verder. Niet alleen omdat de hersteltijd nu echt te kort is, ook hebben we niet eens onderdak voor morgen omdat alles al gereserveerd was voor een volksmuziekfestival. We hadden toch al iets moeten improviseren. En daar ontbreekt ons nu alle energie voor. Mistroostig starend naar de vuurrode wonden op mijn hielen vraag ik me vooral af of ik überhaupt nog wel verder kan binnenkort.
Na de eerste douche in drie dagen gaan we, ons al een stuk beter voelend, zo snel mogelijk gestrekt. Morgen verder. Annika zal al vertrokken zijn tegen de tijd dat wij opstaan.
Pas op de plaats
Lia Gård
We hadden op geen betere plek kunnen stranden dan in Lia Gård. We worden aan alle kanten bijgestaan om ons vervolgplan te verwezenlijken. Dat plan ontstaat organisch en al vrij vroeg in de ochtend wanneer we Ingeborg Bo ontmoeten. Ze is 80 en slecht ter been, maar onvermoeibaar en de hele dag grote en kleine dingen aan het regelen voor haar retraitecentrum en de pelgrims op de Østerdalsleden. Ze wordt daarbij ondersteund door een legertje vrijwilligers. Mensen die het fijn vinden om op deze plek te verblijven. Ingeborgs kantoor zit in het retraitecentrum, waar nu 35 zwijgende Duitsers rondlopen. Ze zijn op stilteretraite. Tikkeltje vervreemdend.

Ingeborg Bo
Bij Ingeborg rekenen we de hutten af waar we tot nu toe hebben geslapen en een hut die nog wat verder op de route ligt. Lia Gard beheert die allemaal. We vertellen wat over onze ervaringen en ze werpt een zorgelijke blik op mijn hielen. Blijkt ze ook nog eens verpleegkundige te zijn. Haar advies is weken in een teiltje sop van groene zeep om infecties te voorkomen. En dat ik de wonden zo lang mogelijk moet drogen aan de lucht. Ouderwetse raad die ik van harte opvolg. Voor grote pleisters kunnen we vanmiddag wel even meerijden naar Koppang, want daar moet ze toch heen voor een kort overleg. We vertrekken met een flesje groene zeep dat wordt aangedragen door een vrijwilliger.

We besluiten morgen een stukje met de bus te overbruggen om het accommodatieprobleem op te lossen en tevens de hielen nog wat rust te gunnen. Ik hoop dan de dag daarna met goede verbandspullen de boel zodanig in te kunnen pakken dat doorlopen mogelijk is.
Voor mijn eventuele wandelgids zijn dit natuurlijk ook complicaties. Ik zal volgend jaar sowieso terug moeten komen, ook al halen we de finish. Niet alleen om de ontbrekende stukken te lopen. We weten ondertussen ook dat de route naar het zuiden binnenkort verlengd zal worden om aansluiting te krijgen op een pad dat op diens beurt weer aansluit bij een route uit Zweden. Ingeborg juicht een gids in ieder geval van harte toe, maar heeft geleerd geduldig te zijn, zei ze.
We maken een planning voor de komende dagen en Mieke zet zich aan het reserveren van de accommodaties. Dat loopt gesmeerd. Ze heeft zo vijf overnachtingen op de rit. Ze leert dat ze het snelst een reactie krijgt wanneer ze de mensen sms't.

De dag keutelt verder op een prettige manier voorbij met het weken van de voeten, lunch met vrijwilligers in het pelgrimshuis, een bezoekje aan de apotheek en supermarkt van Koppang en het bijwonen van de avonddienst in de staafkerk. Dat laatste doen we vooral uit beleefdheid. De man van Ingeborg is voorganger en tevens contrabassist. Hij jamt bij enkele liederen mee met de pianiste. Ook dat is een tikkeltje vervreemdend.

Bij het avondeten met de vrijwilligers, waarmee we ondertussen heel gezellig converseren, blijkt dat Ingeborg al een lift voor ons heeft geregeld naar de bushalte, 3 km verderop.
