maart 6472Wolvega – Heerenveen 18 km

Ik trein in mijn piere-eentje naar Wolvega. Overmorgen zal ik Willem in Meppel treffen, tot die tijd cover ik het traject tot Joure. Het weer is niet al te best, beetje grauw en regenachtig, zoals het al weken is in dit nieuwe jaar.

 Goed weer in ieder geval, om me in te leven in de omstandigheden van de jongens, want die zijn weer eens vanwege de regen in een rijtuig gestapt en komen Wolvega binnen ratelen.

Te Wolvega gekomen traden wij een zeer zindelijk logement binnen, en wandelden te zeven ure, na het theedrinken, de bevallige omstreken rond, welke veel van ons Haarlemmer kwartier hebben, en menigten fraaie buitenplaatsen bezitten.

 maart6468

Ik doorkruis het moderne Wolvega door de buurt rond het station, en arriveer in het kleine charmante oude centrum. Het logement staat aan het centrale kruispunt en heeft nog steeds een horecabestemming. Het hele pleintje ademt nog op een plezierige wijze de sfeer van voorbije tijden. Vervolgens loop ik naar de buitenplaats aan de van Harenstraat: landgoed Lindenoord. Een mooi groot huis in een parkachtige tuin. Van de menigten aan fraaie buitenplaatsen waar Jakob het over heeft is verder niet veel overgebleven zo lijkt het.

maart 6470

Dan sla ik de Heerenveense weg in en verlaat ik Wolvega. De jongens blijven vanwege het weer nog een nachtje plakken en gaan pas de dag daarna weer door.

s Morgens te zes ure kwam Van Hogendorp aan mijn bed, zeer vertoornd dat ik nog niet op was. Doordrongen van schuldbesef en berouw over mijn lang slapen stond ik op, haaste mij met kleeden inpakken en ontbijten, en was reeds voor zevenen met hem op weg, daar het weder beterschap beloofde.

De oude uitvalsweg wordt doorsneden door spoor en provinciale weg. Aan gene zijde sla ik rechtsaf en kom ik op een smalle landweg, afgezet met prachtige oude bomen. Ik loop hier op met het Jabikspad, een Nederlands Jacobsroute die van St. Jacobiparochi in Friesland naar Hasselt in Overijssel loopt. Jaren geleden al eens met Maddy voltooid, maar ik herken het hier helemaal niet.

maart 6453

Ik passeer de A32 onderlangs en kom dan op een saaie kaarsrechte landweg tussen eindeloos grasfalt. Deze loop af ik onder een egaal grijze en natte lucht. Onderwijl drijf ik weg met mijn gedachten en maak ik vakantieplannen voor de zomer in een poging het eentonige traject te negeren. De enige visuele verlichting wordt geboden door een vlucht luid gakkende ganzen.

Bij het kleine dorpje Mildam waar ik een kanaal oversteek kom ik weer in kleinschaliger landschap gelukkig. En niet veel later mag ik het Oranjewoud in. Eerst langs een prachtige boerderij uit 1685 (Saksisch, zegt een bordje) en even later een fijn bos met mooie smalle laantjes.

maart6479

(…) wij kwamen vervolgens door vette weiden vol met hoornvee ¼ voor negen te Sloot, een klein dorp aan 't begin van 't Oranje Woud. Dit bosch eens zoo prachtig en beroemd werd door de Kannibalen van 1795 gehavend en ontheiligd, werd aan onderscheidene persoonen verkocht. De H H Rengers, Van der Veen en Kats, drie der koopers sloopten bijna al de groote boomen: de laatste had toen Van Hogendorp hem te Leeuwaarden in 't Koffihuis sprak, ons bij zijn zoon en schoon zoon aan wie hij zijn fraai buitegoed geschonken had als huwlijksgift, te logeeren gevraagd. Zeer verlangend gingen wij dus voorwaarts en bewonderden nog de heerlijke en liefelijke overblijfselen van dit oud en achtbaar woud, eens het Eden van Nederland, thands nog Frieslands Tempe. Dan, droevige herinneringen vergalden onze genietingen.

Kannibalen van 1795

Met de Kannibalen van 1795 verwijst Jacob naar de patriotten die de verworvenheden van de Franse revolutie (meer democratisering, minder absolute vorsten) wilden importeren naar Nederland. Met steun van het Franse leger leidde dat uiteindelijk tot het uitroepen van de Bataafse republiek in 1795. Die strijd was met veel vernielingen gepaard gegaan. Ook bezit en de symbolen van de Oranjegezinden (veelal afkomstig uit de protestantse elite waar ook Jakob en Dirk toe behoorden) moesten het ontgelden. Stadhouder Willem V verdween in Engeland in ballingschap. Maar in 1806 was het alweer gedaan met democratiseringsgolf, want Napoleon zette zijn broer Lodewijk in de rol van koning aan het hoofd van Holland.

Toen wij, in dit woud aan 't doolen geraakt, naar het buitengoed van den Heer Kats vroegen, vernamen wij tot onze smart, hoe hij met zijn gansch gezin dienzelfden morgen te vijf ure naar Leeuwaarden was vertrokken. Geheel ter neder geslagen over deze teleurstelling, sloegen wij een voetpad in, en kwamen te half tien aan 't Heereveen, waar wij, na zoo veele veengronden in hunne onderscheidene gradatiën gezien te hebben het toppunt van ontginning en colonisatie beschouwden.

 maart 6498

Ik slalom door de bossen naar het huis Oranjewoud, op de plek van de een voormalige residentie van de Oranjes. Het begon in 1676 met Albertine Agnes van Nassau, weduwe van Willem Frederik van Nassau-Dietz, die er een paleis met baroktuin realiseerde. Aan het einde van de 18e eeuw komen de Oranjes er niet meer en tijdens de Bataafse jaren raakte het paleis in verval, wordt het verbeurd verklaard en op afbraak verkocht. In de 19e eeuw worden er nieuwe huizen door rijke burgers gebouwd. De grootste en mooiste daarvan draagt weer de naam Oranjewoud. De overtuin, de baroktuin van weleer is nu openbaar toegankelijk. Ik vind er een heerlijk bankje voor een pauze. Er zijn meerdere ooievaarsparen op de nesten neergestreken. Er wordt hard geklepperd.

Heerenveen

Het Heereveen is eene groote, fraaie en welgebouwde plaats waar een breed kanaal door heen kronkelt: de straten groot en opgevuld met menschen: de huizen net en wel gebouwd. In het Heerelogement dronken wij koffi en wandelden vervolgens het vlek rond, waar ons alom de welvaart tegenlachte.

Ik loop het woud uit en slalom via de nieuwbouwwijken van Heerenveen naar de doorgaande weg. In 1823 nog onbebouwd, nu enkele kilometers langs huizen die isteeds ouder worden naarmate ik het centrum nader. In het oude centrum nog een paar charmante pleinen en straten die standhielden. Het logement van de jongens staat er ook nog.

maart 6564

Ik word gebeld door het hotel waar ik voor vanavond geboekt hebt. Hoe laat ik dacht te arriveren, want het personeel gaat zo naar huis. Ik ben verbaasd dat een hotel al voor 17.00 uur de deur op slot doet, maar goed. Ik krijg een allervriendelijkste sms met een sleutelcode waarmee ik mezelf kan binnenlaten.

Omdat er in Heerenveen voor mij geen geschikte overnachting was te vinden, neem ik de bus naar Joure. Toevallig nemen de jongens ook de wagen vanwege een vreeslijke regenvlaag.

Dies namen wij rijtuig: de paarden en voerman waren goed: doch de elendige wagen liet aan alle kanten het water binnenstroomen, zoodat onze voeten en achterdeelen in water rusteden. Na een groot uur rijdens langs een niet onaangenamen weg kwamen wij aan de Joure en stapten af aan het logement Van Zeverijn, in eene straat welke met de Breedestraat te Leyden vergeleken mag worden. Na een zeer goed middagmaal gebruikt te hebben, wandelden wij dit heerlijk vlek, dat nog fraaier en netter van bouw en aanleg is dan 't Heereveen als ook de aangelegene hofstede van den Heer Vegelin van Claerbergen rond en bewonderden dezelve.

Joure

Ook Joure blijkt over een charmant centrum te beschikken. In de Midstraat  loop ik langs de plek waar vroeger het logement heeft gestaan. Ik denk dat Jacob een vergelijking met de Breestraat in Leiden ziet vanwege de ligging op een (stokoude) dijk en alle winkels en ondernemingen die schouder aan schouder stonden. Joure is verder onlosmakelijk verbonden met Douwe Egberts, de koffiebrander, die in 1753 als winkelier in koloniale waren begin in een pand aan de Midstraat. Jacob en Dirk zijn er waarschijnlijk langs gelopen. Tot 2014 zat er zelfs nog een DE-winkel in de winkelstraat. Nu moet je voor het koffieverleden naar het lokale museum.

Mijn hotel staat net na de Midstraat op een kruispunt van vaarten die vroeger belangrijk waren voor het vervoer van turf. Het is eigenlijk een lunchroom met enkele kamers erbij, vandaar die vroege sluiting. Ik heb een heerlijk kamertje met uitzicht op het oude Joure dat het midden houdt tussen een dorp en een stadje.

maart 6504

Voor mijn diner haal ik een afhaalpizza die ik voor driekwart opsmul voor het raam. De rest is voor morgen onderweg. Mijn blik kan heerlijk dwalen over Joure, tot de avond is gevallen.

Joure - Heerenveen 12 km

's Morgens neem ik een kijkje bij de hofstede van den Heer Vegelin, of meer precies, naar de plek van de hofstede. In 1924 werd het grotendeels gesloopt en vervangen door een villa. Daarna is er een heel gemeentehuis omheen gebouwd. De aanpalende tuin, nu openbaar park, heeft nog wel de sfeer van voorbije tijden.

maart 6506

Op een toeristisch slentergangetje loop ik het dorp uit. Het is heerlijk zonnig weer. Langs de kerk, het museum (nog niet open) en een bepaald indrukwekkende oude losse kerktoren op een begraafplaats.

maart 6510

Ik loop terug naar Heerenveen over de ‘niet onaangenamen weg’. Na de moderne uitvalswegen rond Joure, vind ik een fijn kerkepad, dat me onverhard en lommerrijk naar de weg langs de diverse ‘Haskes’ brengt, die zich ouderwets in de richting van de stad bocht. Hier en daar mooie oude boerderijen.

maart 6514

Vlak voor Heerenveen een oorverdovende lelijkheid van industriedozen, keukenboeren en bouwmarkten, maar daarna, op een oud uitvalsweggetje komt de sfeer van weleer weer terug. Ik kom aan de hoofdvaart van Heerenveen. Aan de ene kant arbeidershuizen, aan de overkant de huizen van de welgestelden.

maart 6516

De wieken van een oude graanmolen piepen nog boven de daken uit. In de vaart liggen allerlei soorten van boten afgemeerd wat bijdraagt aan het pittoreske. Ik volg de vaart helemaal tot aan het station om daarna naar Meppel te treinen waar ik mijn broer zal ontmoeten voor het stuk naar Wolvega.